Het wissen van angst kan de samenleving helpen
Professor Merel Kindt ontdekte een methode om nare herinneringen van angstreacties te ontdoen.
Uruzgan-veteraan Richard Paats heeft in Afghanistan vreselijke ervaringen opgedaan, onder meer met bermbommen. Terug in Nederland breekt hem nog steeds het angstzweet uit als er naast hem een auto stopt voor een verkeerslicht. Paats angst was functioneel in Afghanistan, maar verhindert een gewoon leven in Nederland.
Mensen als Paats kunnen wij mogelijk een behandeling bieden die zijn ongegronde en verlammende angsten verminderen. Ik denk dat deze behandeling verlichtend kan zijn voor bijvoorbeeld politie-agenten, brandweermensen en slachtoffers van criminaliteit. Niet alleen kunnen we hun leed verzachten, wij kunnen ook voorkomen dat deze mensen arbeidsongeschikt worden. De maatschappij heeft er dus ook baat bij.
In ons lab hebben we aangetoond dat angsten te wissen zijn. Dat deden we door gezonde mensen eerst een angst aan te leren, bijvoorbeeld door een onschuldig plaatje van een spin consequent te laten volgen door een pijnprikkel die vervelend genoeg is om een angstreactie uit te lokken. Na een tijdje roept het plaatje zelf al angst op, dus zonder dat we de proefpersonen pijn hoeven te doen. Dit is angstconditionering. Het idee is dat getraumatiseerde mensen ook een relatie hebben gelegd tussen een situatie (‘een auto die stilstaat naast de jouwe’) en een heftige gebeurtenis (‘de automobilist blaast zichzelf op’).
Spectaculair inzicht
Inspiratie voor de behandeling kregen we door een spectaculair nieuw inzicht uit de neurowetenschappen: herinneringen die worden opgehaald staan opnieuw bloot aan verandering. Iedere keer dat er een herinnering wordt opgehaald vindt er een eiwitsynthese plaats waardoor het oude geheugenspoor opnieuw wordt opgeslagen. Als we tijdens dat hernieuwde opslaan pillen toedienen die de eiwitsynthese verstoren, kunnen we de oude herinnering versterken, maar ook verzwakken. Dit proces wordt reconsolidatie genoemd. Zo hebben wij in ons lab gezonde mensen van de angstreacties af kunnen helpen die we hen eerst hadden aangeleerd.
Wij vroegen hen om de angstige herinnering op te halen en gaven hen ook 40 milligram van de bètablokker propranolol. Een dag later was de angstreactie volledig verdwenen – en dat was een maand later nog steeds zo. Hun angst komt niet meer terug, omdat het onderliggende geheugenspoor dankzij de pil is ontdaan van de emotionele lading.
Herinnering niet gewist
Het mooie van dit principe is dat de herinnering zelf niet wordt gewist. Alleen de angstreactie verdwijnt. Dat kan, omdat het emotionele geheugen uit verschillende componenten bestaat: de herinnering aan de feiten en de emotionele reactie daarop. De behandeling werkt alleen als je het ophalen van een emotionele herinnering combineert met het slikken van een middel dat de benodigde eiwitsynthese kan verstoren.
Propranolol is dus geen simpele anti-angst pil; je kunt hem niet preventief slikken. Ik snap dat deze behandeling ethische vragen oproept. Zo kan zij in principe ook terechte angsten wissen. Ook zou de behandeling misbruikt kunnen worden om mensen die niet de geschikte persoonlijkheid hebben voor gevaarlijk werk over hun grenzen heen te laten gaan. Er zijn nog wel meer voetangels en klemmen denkbaar. Behoedzaamheid en beleid zijn dus geboden. Toch denk ik dat de behandeling heel weldadig kan uitpakken voor mens en maatschappij.
Merel Kindt is hoogleraar experimentele klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is een van de auteurs van ‘Van vergeetpil tot robotpak’, dat het Rathenau Instituut dit jaar samen met de ministeries van BZK en Veiligheid en Justitie uitbracht.
Deze bijdrage verscheen ook als column in Flux Magazine.


