Borstvoeding versus flesvoeding

Sabine Roeser is hoogleraar techniek-ethiek aan de TU Delft en Universiteit Twente. Ze zet vraagtekens bij de manier waarop borstvoeding wordt gestimuleerd.

‘Borstvoeding is het beste voor je baby’ – deze slogan hoort elke aankomende ouder vanaf het begin van een zwangerschap, rond de bevalling en tot maanden na de geboorte van een baby.  Borstvoeding is de meest natuurlijke voeding voor een baby en wordt geprezen om een groot aantal gezondheidsvoordelen ten opzichte van flesvoeding op basis van melkpoeder. De gezondheidsvoordelen van borstvoeding voor met name de baby maar ook voor de moeder blijken uit talloze wetenschappelijke studies. De WHO, Unicef, nationale overheden en gezondheidsorganisaties houden dan ook een pleidooi voor borstvoeding. Ziekenhuizen die borstvoeding aanmoedigen kunnen een bepaald certificaat krijgen.

Veel jonge ouders willen hun baby borstvoeding geven. Maar dat lukt niet altijd. De internationale borstvoedingsorganisatie La Leche League verspreidt informatie over borstvoeding. Lacatatiekundigen staan ter beschikking om te assisteren bij het geven van borstvoeding. Ondanks al deze hulp zijn er echter toch situaties waarbij borstvoeding niet lukt. In Nederland bijvoorbeeld begint de overgrote meerderheid van moeders na de bevalling met borstvoeding, maar reeds na een maand is dat aantal gehalveerd, en er zijn weinig moeders die tot zes maanden na de bevalling borstvoeding geven, terwijl dat de aanbevolen minimale duur is.

Problemen
Oorzaken kunnen zijn teruggetrokken tepels, borstontsteking, waardoor het voeden zeer pijnlijk is, een vroege of moeilijke bevalling of een verkorte tongriem waardoor de baby niet in staat is om te zuigen, psychische problemen waardoor de moeder moeite heeft met voeden, onvoldoende melkproductie, moeite om borstvoeding met andere taken te combineren, zoals werk of zorg voor andere kinderen, etc.  Terwijl er een groot aantal vrouwen is die dergelijke problemen ondervinden wordt door officiele informatiebronnen benadrukt dat ‘iedereen kan borstvoeden’, en dat genoemde problemen met de juiste ondersteuning te ondervangen zijn.

Dit betekent dat de bewijslast voor mislukte borstvoeding bij de betreffende vrouwen komt te liggen: kennelijk hebben ze niet voldoende hun best gedaan. Maar dat blijkt lang niet altijd het geval te zijn, integendeel. Veel jonge moeders gaan ondanks de genoemde problemen door met pogingen tot het geven van borstvoeding, vaak tot ze zelf volledig uitgeput zijn, of, misschien nog erger gezien het gebrek aan eigen keuze, tot de baby uitgeput of ondervoed is. In deze gevallen reageren hulpverleners zoals verloskundigen, lactatiekundigen en artsen meestal met het advies om door te blijven gaan, met het argument dat borstvoeding het beste is voor de baby.

Ontwikkelingslanden
De vraag is echter of een goedbedoelde maatregel, namelijk het internationale beleid om borstvoeding te stimuleren, zo niet uit zijn verband gerukt wordt en meer kwaad dan goed doet. Deze maatregel is onder andere bedoeld voor vrouwen in ontwikkelingslanden die geen beschikking hebben over schoon drinkwater en betaalbare flesvoeding, waardoor het geven van flesvoeding een risico zou kunnen vormen. Maar in westerse landen is flesvoeding een verantwoord alternatief in gevallen waarin borstvoeding niet lukt. Er zijn zelfs studies waaruit blijkt dat flesvoeding even goed of zelfs beter is voor de gezondheid van babys, maar deze studies worden bijna nooit genoemd.

Ook is deze maatregel bedoeld voor vrouwen die borstvoeding anders uit onwetendheid of gemakzucht niet eens zouden overwegen. Maar met name hoogopgeleide, gezondheids- en milieubewuste vrouwen willen doorgaans maar al te graag borstvoeding geven en lopen desondanks vaak tegen genoemde problemen aan. Het geven van borstvoeding hoort zowel bij hun beeld van wat het is om een goede moeder te zijn als ook bij hun algemene wereldbeeld en bij de waarden die ze koesteren. Het mislukken van borstvoeding wordt door deze vrouwen vaak dan ook als bijzonder pijnlijk ervaren, omdat het hun identiteit als moeder en als mens dreigt te ondermijnen.

Schuldgevoel
Daarbij zijn vrouwen vlak na de bevalling extra kwetsbaar door de nieuwe situatie waarin ze zich bevinden, alsook door de hormonale, lichamelijke en geestelijke voorbereiding op borstvoeding. Wat deze vrouwen nodig hebben is begrip en steun in een mogelijke beslissing om op flesvoeding over te stappen. Maar helaas gebeurt in de praktijk meestal het tegenovergestelde: hulpverleners blijven benadrukken dat het de moeite waard is om door te blijven gaan met borstvoeding, wat vaak in frustraties en schuldgevoelens resulteert.  Het is moreel problematisch om alleen op statistische gezondheidseffecten te letten, zonder andere contextuele factoren, zoals haalbaarheid, beschikbare alternatieven, rechtvaardigheid en autonomie van jonge ouders in ogenschouw te nemen.

Een alternatief beleid zou gebaseerd moeten zijn op begripvollere en realistischere voorlichting over borstvoeding. Borstvoeding is misschien het meest natuurlijke, maar de natuur werkt niet altijd feilloos. In dat soort situaties is het goed dat er technologieën zoals melkpoeder en flesvoeding zijn die de natuur een handje kunnen helpen. Technologie als ons: in sommige situaties is dat geen bedreiging maar levensnoodzaak.

Deze blog is geinspireerd op het artikel ‘Ethical Problems with Information on Infant Feeding in Developed Countries’, Public Health Ethics (2011) 4, 192-202 dat ik samen met Jessica Nihlén Fahlquist heb geschreven.

Prof.dr. Sabine Roeser is hoogleraar politieke filosofie en ethiek van technologie aan de Universiteit Twente, universitair hoofddocent ethiek aan de TU Delft en managing director van het 3TU.Centre for Ethics and Technology. Voor haar onderzoek naar risico, ethiek en emotie heeft ze verschillende prestigieuze subsidies ontvangen, o.a. een VENI- en een VIDI-subsidie van NWO. Ze heeft zes boeken en meer dan 40 artikelen gepubliceerd en ze is een veel gevraagde spreker in binnen- en buitenland. Roeser wordt regelmatig geinterviewd voor vooraanstaande Nederlandstalige media, en ze is lid van het Filosofisch Elftal van Trouw.

Tags:,

Over rathenaunl

Het Rathenau Instituut laat de invloed van wetenschap en technologie op ons dagelijks leven zien en brengt de dynamiek ervan in kaart; door onafhankelijk onderzoek en debat.

22 Responses to “Borstvoeding versus flesvoeding”

  1. gjurriaans says :

    Sabine Roeser maakt een aantal denkfouten. Borstvoeding mislukt omdat het een aangeleerde, gesocialiseerde vaardigheid is. Als in een dierentuin een aap in gevangenschap een baby krijgt, wordt er soms een borstvoedende mensenmoeder voor het raam gezet. Zo kan de aap leren wat het ‘van nature’ zou moeten kunnen.
    In onze maatschappij is borstvoeding uit het straatbeeld verdwenen. Vrouwen groeien niet op met het beeld van normale borstvoeding. De hands-on ervaring van andere vrouwen moeten zij missen; ze mogen het met professionele hulp stellen. Dat maakt de drempel hoog en daardoor lopen vrouwen te lang door met problemen.

    Die problemen zoals pijnlijke tepels zijn niet inherent aan borstvoeding, ze zijn de ervaring van een mislukte borstvoeding. Dit gelijk stellen aan elkaar is verwarrend en stigmatiseert.

    Roeser schrijft “Dit betekent dat de bewijslast voor mislukte borstvoeding bij de betreffende vrouwen komt te liggen: kennelijk hebben ze niet voldoende hun best gedaan. “. Nee, de bewijslast ligt bij een borstvoedingsonvriendelijke samenleving. Ondanks de hulp die er is, is de drempel naar die hulp nog hoog, duur en wordt er vaak te laat ingegrepen. Ook zijn veel professionals zoals artsen en kraamzorg niet op de hoogte van belangrijke informatie rondom borstvoeding.

    Door onderzoeken als deze wordt die drempel alleen maar hoger. In een samenleving die steeds minder kan en wil investeren in zorg, zal door dit soort onderzoeken het fundament onder het politieke draagvlak voor borstvoedingshulp uitgezaagd worden. Dat betekent nog meer vrouwen met bloedende tepels en een schuldgevoel.

    Om moeders die borstvoeding een kans willen geven te helpen, moeten we inderdaad niet blijven roepen dat borstvoeding ‘het beste’ is, maar investeren in daadwerkelijke, adequate hulp. En niet zoals Sabine Roeser zegt, het alternatief van kunstmatige zuigelingevoeding aan te prijzen. Dat is namelijk niet de vraag van moeders die de wens hebben om borstvoeding te geven en slaat dus de plank volledig mis.

  2. Gonneke Van Veldhuizen-Staas says :

    En hier zien we een filosoof die bezig is de boodschapper de schuld te geven van de nare boodschap. Hoewel het stuk op het eerste gezicht goed onderbouwd en beredeneerd is, raakt het kant noch wal. Uitgangspunt: Borstvoeding is goed en zou voor elk kind beschikbaar moeten zijn en dat wordt door beleidsmakers en zorgverleners uitgedragen. de praktijk: veel moeders hebben grote problemen met het geven van borstvoeding, haken fysiek en psychisch getraumatiseerd af. Conclusie: zij moeten meer steun hebben bij het kiezen van een alternatief. En die conclusie, daar is het punt waar de redenering geen stand houdt. Er wordt namelijk in het geheel niet gevraagd naar het waarom van het misgaan van de borstvoeding. Borstvoeding gaat niet fout omdat er veel voorlichting wordt gegeven en ook niet omdat moeders het fout doen. Als je even de moeite neemt om werkelijk de literatuur in te duiken 9zowel de vakliteratuur waarin de anatomie en fysiologie van de menselijke lactatie uiteen wordt gezet als de literatuur voer onderzoeken naar het waarom van vroegtijdig stoppen met borstvoeding), dan zal duidelijk worden dat borstvoeding mis gaat omdat 1) mensen eraan beginnen met onrealistische verwachtingen over de praktijk van het zorgen voor en voeden van een kind en de normale ontwikkeling en gedrag van kinderen en 2) omdat de gemiddelde zorgverlener rondom baring, kraambed en verdere moeder en kind zorg geen flauwe notie heeft over hoe borstvoeding werkt en hoe daarbij effectief te begeleiden. Kijk, als filosofen zich daar nu eens druk over zouden maken, over die medische, verpleegkundige en kraamverzorgende missers, dat zou een stuk zinniger zijn, dan het bagatelliseren van het belang van borstvoeding en het verheerlijken van de kwaliteit van kunstvoeding.

  3. Bas says :

    Jammer genoeg wordt medisch en semi-medisch personeel in Nederland niet geleerd om zelf na te denken; volg het protocol. Daar hebben andere, véél slimmere mensen heel lang op gestudeerd. Op statistieken, niet op individuele gevallen. Nee, dat zou een rommeltje worden.

  4. Laurens (@draadloos) says :

    Als ervaringsdeskundige met ondervoede baby, sluit ik me hier helemaal bij aan!

  5. Ilse Mulder says :

    Ik sluit me graag aan bij gjurriaans en Gonneke van Veldhuizen-Staas. Wat een onzin bij elkaar… Borstvoeding is niet alleen bedoeld voor kinderen in ontwikkelingslanden. Ook kinderen in ontwikkelde landen lopen serieuze gezondheidsrisico’s met flesvoeding (alleen al de vele malen grotere kans op hospitalisatie en complicaties bij zoiets simpels als een buikgriep bij flesvoeding). De literatuur waaruit zou blijken dat flesvoeding even goed of zelfs beter is, is meestal opgesteld door mensen met aantoonbare belangen in de voedingsindustrie.

    Daarnaast wil ik graag op de voorgangers aanvullen dat de druk op jonge moeders om maar te stoppen met borstvoeding enorm is. Niemand lijkt de jonge ouders en de baby de tijd te gunnen om het te leren, vaak inclusief de jonge ouders zelf. We willen allemaal zo graag snel weer ons oude leven oppakken.

    Bakerpraatjes en mythes over borstvoeding vliegen je om de oren vanaf de eerste minuten op het kraambed tot ver daarna, van de kraamverzorgende, de verloskundige, het consultatiebureau en de leidsters op het kinderdagverblijf maar ook je moeder, je zussen en tantes, je vriendinnen, je buurvrouwen. Iedereen bemoeit zich ermee, zonder enige kennis.

    Als je te maken krijgt met pijn oid, en je gaat toch door met borstvoeding, dan word je zo ongeveer voor gek verklaard. Als je het na de kraamtijd nog ‘volgehouden’ hebt om borstvoeding te geven, dan wordt de druk uit de omgeving verder opgevoerd: Wat doe je jezelf aan? Flesvoeding is even goed hoor! Jij bent toch ook groot geworden? ‘Ik had ook te weinig melk hoor’. Wat voedt je je baby vaak! Je verwent je baby! Je overvoedt je baby! Zo kan de vader toch geen rol spelen bij de voeding? Een baby moet leren een hongergevoel te krijgen (!!!). De onzin wordt groter hoe langer je borstvoeding geeft.

    Tot op de dag van vandaag (13 maanden borstvoeding) krijg ik te maken met onzinnig advies dat niet gebaseerd is op enige kennis en mij en mijn baby zelfs tegenwerkt. Mede dankzij dit soort artikelen. Het is soms best een uitdaging om steeds alle kritiek en mythes beleefd te woord te blijven staan. Ik vind het geen wonder dat dat voor jonge ouders veel druk oplevert. Dat kunnen ze echt niet gebruiken.

    Jonge ouders informeren zich vaak te weinig tot niet over borstvoeding (‘dat gaat vanzelf, toch?’ of: ‘daar ga ik me wel in verdiepen als het zover is’) en worden vervolgens door de omgeving verkeerd voorgelicht met adviezen die succesvolle borstvoeding torpederen. Borstvoeding is uit ons straatbeeld en leefwereld verdwenen en daarmee ook alle kennis en ervaring.

    Het artikel hierboven draagt alleen maar bij aan de verdere verspreiding van onwetendheid en de acceptatie dat flesvoeding de norm is. Dat is het niet en dat hoeft het ook niet te zijn. Borstvoeding is NIET het beste. Het is de norm. Met steun en de juiste kennis is het een bijzondere, fijne, verbindende ervaring voor iedereen.

  6. whulsbergen says :

    De reacties van de apostelen van de Borstvoedingskerk gjurriaans en gonneke van Veldhuizen is even voorspelbaar als aandoenlijk: Iedereen die anders denkt dan dat borstvoeding de weg de waarheid en het leven is, baseert zichzelf op denkfouten, dubieuze informatie en een groot complot van de duivel, pardon voedingsmiddelenindustrie.

    Dat bijvoorbeeld zelfbedachte argumentaties van Gjurriaans dat de oorzaak bij de borstvoedingsvijandige maatschappij ligt nergens op gebaseerd zijn, doet dan uiteraard niet ter zaken.

  7. Celia Ledoux says :

    Beste WHuisbergen,

    Natuurlijk zijn dat soort argumenten niet zelfbedacht. Sla er een aantal studies op na, dan hoef je niet te gaan schelden.

    Het is vreselijk dat borstvoeding zo wordt opgehemeld en vrouwen de schuld krijgen. Dat zorgt voor ontzettende – en onnodige – polarisatie.

    Want wat in dit soort discussies vaak wordt vergeten: zowat elke vrouw wil borstvoeding geven. Als je alleen de fles toegankelijker maakt, ga je voorbij aan die wens. Daarmee bouw je bovendien een flinke lichamelijke en emotionele achterstand op (hoewel er tegenstudies bestaan, zijn die vaak door poedermelkfabrikanten gesubsidieerd, en klein in getal).

    Er is inderdaad kennis, maar die wordt – in tegenstelling tot het “borst is best-gepredik – niet door de overheid verspreid. En dat er steun bestaat, betekent niet dat die voorhanden is.

    Integendeel, er wordt met voordelen gezwaaid, maar in de praktijk weten pediaters niet hoe borstvoeding werkt, zijn neonatologische afdelingen onvoldoende op borstvoeding afgesteld. Naar specialisten zoals lactatiekundigen wordt onvoldoende verwezen, en intussen moet die moeder maar op haar eentje aanmodderen. Geen wonder dat er ondervoeding, pijn, mislukte borstvoeding optreden.

    Wat in dit debat te vaak wordt vergeten, is de werkelijkheid. Dat haast elke moeder die de fles geeft, liever de borst had gegeven. Dat haast elke moeder het ook probeert. “They’re not the enemy; they just lost a battle!”
    Dat de overheid en voorlichtingsorganen dus zwaar tekort schieten. Stop met de slogans. Geef eindelijk eens echte steun.

    Een heleboel vrouwen staan compleet alleen met hun wens om hun kind zonder flessengehannes, extra kost en zorgen te voeden. Geen aternatief ontbreekt. Dat is ruimschoots voorhanden. Wel dat het hen – in een sociale omgeving en door ervaringsdeskundigen wordt getoond en aangeleerd, dat zij een uitlaatklep voor zorgen krijgen. Zo creëer je draagvlak. En zo geef je een échte keus.

    • whulsbergen says :

      “Natuurlijk zijn dat soort argumenten niet zelfbedacht. Sla er een aantal studies op na” Welke dan?

      “dan hoef je niet te gaan schelden.” Ad hominem, laat ik die maar negeren of kun je ergens een scheldwoord aanwijzen?

      “Het is vreselijk dat borstvoeding zo wordt opgehemeld en vrouwen de schuld krijgen. Dat zorgt voor ontzettende – en onnodige – polarisatie…” Kijk eens aan, dat klinkt hoopgevend.

      “..Want wat in dit soort discussies vaak wordt vergeten: zowat elke vrouw wil borstvoeding geven. Als je alleen de fles toegankelijker maakt, ga je voorbij aan die wens. Daarmee bouw je bovendien een flinke lichamelijke en emotionele achterstand op (hoewel er tegenstudies bestaan, zijn die vaak door poedermelkfabrikanten gesubsidieerd, en klein in getal).” Ah, daar is de catch. En de complottheorie.

      “Integendeel, er wordt met voordelen gezwaaid, maar in de praktijk weten pediaters niet hoe borstvoeding werkt, zijn neonatologische afdelingen onvoldoende op borstvoeding afgesteld. Naar specialisten zoals lactatiekundigen wordt onvoldoende verwezen, en intussen moet die moeder maar op haar eentje aanmodderen. Geen wonder dat er ondervoeding, pijn, mislukte borstvoeding optreden.”
      Ongefundeerde bewering. Wel eens met een lactatiekundige in het ziekenhuis meegelopen? Hoe net bevallen vrouwen tot huilens toe wordt aangepraat dat ze toch echt meer hun best moeten doen als het niet lukt? Dat in elke gang 5 posters hangen pro-borstvoeding?

      “Wat in dit debat te vaak wordt vergeten, is de werkelijkheid. Dat haast elke moeder die de fles geeft, liever de borst had gegeven. Dat haast elke moeder het ook probeert. “They’re not the enemy; they just lost a battle!””
      Ongefundeerde veronderstelling. En moeders die geen borstvoeding geven hebben blijkbaar de strijd verloren. Zou ik als bijzonder kwetsend ervaren.

      • Celia Ledoux says :

        ““dan hoef je niet te gaan schelden.” Ad hominem, laat ik die maar negeren of kun je ergens een scheldwoord aanwijzen?”
        Fair point. Dan hoef je niet op de man te gaan spelen.

        Zo, nu het echte werk.

        ““.(hoewel er tegenstudies bestaan, zijn die vaak door poedermelkfabrikanten gesubsidieerd, en klein in getal).” Ah, daar is de catch. En de complottheorie.”

        Complot? Ik lees gewoon in medische tijdschriften wie studies subsidieert.

        “Ongefundeerde bewering. Wel eens met een lactatiekundige in het ziekenhuis meegelopen? Hoe net bevallen vrouwen tot huilens toe wordt aangepraat dat ze toch echt meer hun best moeten doen als het niet lukt? Dat in elke gang 5 posters hangen pro-borstvoeding?”

        Meegelopen: ja, meermaals.
        Aangepraaten poster: dat is toch net mijn punt. Van platen voor de neus gesproken. Geen promotie, wel actieve hulp en concrete tips van HOE het werkt, niet dat het MOET.
        Alles wat moet wordt als onprettig gezien.

        “Wat in dit debat te vaak wordt vergeten, is de werkelijkheid. Dat haast elke moeder die de fles geeft, liever de borst had gegeven. Dat haast elke moeder het ook probeert. “They’re not the enemy; they just lost a battle!””
        Ongefundeerde veronderstelling. En moeders die geen borstvoeding geven hebben blijkbaar de strijd verloren. Zou ik als bijzonder kwetsend ervaren.”
        Ongefundeerd: alweer: puur op studies gebaseerd.
        Kwetsend: ik gebruik de woorden van moeders die zijn overgestapt. Ik heb er ettelijke gesproken. Vrijwel unaniem zijn ze. Een enkele kiest. Maar makkelijk 90% “slaagt niet”. En ja, dàt kan voor een vrouw erg kwestsend en pijnlijk zijn.

        Nogmaals dus: als zoveel vrouwen het willen – en dat is wel duidelijk uit elke enquête en studie – hoort er betere hulp te zijn, geen juich-affiches over hoe fantaaastisch het wel is. Dat weten we onderhand wel. Niet hoe je er nu aan begint (en verder kan).

    • Lara Tauritz Bakker says :

      Ik sta te trappelen om te reageren, vooral gezien de opstart van mijn onderzoek naar borstvoedingsproblemen: aanstaande woensdag weer overleg bij TNO. Een fascinerende discussie, waar echt meer aandacht voor zou moeten zijn. Dus werd ik gelukkig door Stans van Egmond getipt over de nu woedende blogdiscussie op de website van het Rathenau Instituut.

      Wat mij betreft hebben de bijdrages van zowel Daemen als Roeser het probleem dat ze in de valkuil zijn getrapt die om voor mij nog altijd onduidelijke redenen door de medische stand is geplaatst: het idee dat er geen medische aandacht hoeft te zijn voor borstvoedingsproblemen. Door gebrek aan goed onderzoek is de huidige lactatiekundige zorg voor het grootste deel niet evidence-based en blijft onduidelijk hoeveel vrouwen die wél bij een lactatiekundige terechtkomen ook daadwerkelijk kunnen genieten van een geslaagde borstvoeding. Dit alles op basis van de mythe dat ‘vrijwel alle vrouwen – zeker 98% – in staat zijn om hun kind afdoende te voeden’ hetgeen nog nooit wetenschappelijk is aangetoond, laat staan onderzocht.

      De gegevens over borstvoedingsprevalentie logenstraffen die aanname – meer dan 90 procent begint direct na geboorte, na een maand is daarvan nog maar 48% over. Daarvan geeft het leeuwendeel aan te stoppen (tot hun spijt!) vanwege ‘te weinig melk’, een reden die vanwege bovengenoemde aanname veelal gezien wordt als een misverstand aan de zijde van de moeders, danwel een gemakkelijk excuus om te stoppen. Die analyses zijn bijzonder grievend voor zeer gemotiveerde moeders die er toch niet in slagen hun kinderen zelf te voeden. Hetzelfde geldt voor het tweede meest gebruikte argument: pijn. In theorie doet geslaagde borstvoeding geen pijn – maar in de praktijk blijkt dat anders te gaan. Zelfs als de moeder de hulp van een lactatiekundige inschakelt. Aanlegproblemen kun je vaak verhelpen, maar als het bijvoorbeeld om een bacteriële infectie gaat, moet een arts handelen. Dat gebeurt slechts zelden. Hoe het precies zit, wat er nu in individuele gevallen en over de hele populatie heen daadwerkelijk mis gaat in de lichamen van moeders of kinderen, of in de wisselwerking tussen hen beide, weet niemand – bij gebrek aan goede diagnoses en zorgvuldig onderzoek.

      De conclusie die we uit bovenstaande kunnen trekken is dat voedende moeders door de wetenschap in de steek zijn gelaten, terwijl er wel uitgebreid onderzoek is gedaan naar de risico’s van kunstvoeding. Roesers these dat je die risico’s in twijfel moet trekken, is bevreemdend: we hoeven dus ook niets met de verhoogde risico’s op longkanker en hart- en vaatziekten bij roken, want je kunt statistische informatie niet vertalen naar een individuele persoon? Dat lijkt me onzin.

      Maar het is wél zo, dat als je stelt dat moeders beter bv kunnen geven, je je als wetenschapper ethisch verplicht om uit te zoeken hoe moeders dan in staat gesteld kunnen worden tot dat gedrag. Voorlichting over de voordelen is al uitgebreid gedaan, het is tijd dat er serieus naar lactatieproblemen gekeken wordt, zowel in kwantiteit (wat is de prevalentie van welke problemen) als in kwaliteit: is de benodigde kennis aanwezig om de verschillende problemen op te lossen? Zo ja, hoe kunnen we dan zorgen dat moeders de benodigde zorg krijgen. Zo nee, dan is er onderzoek nodig naar oplossingen. Het is tijd om de mythe omver te schoppen dat iedereen die maar graag genoeg wil zomaar kan borstvoeden. Niet door te zeggen ‘maar er is toch kunstvoeding’, want die verhoogt de risico’s op een scala van aandoeningen en moet dus gezien worden als laatste redmiddel (dat er gelukkig is als dat nodig is). Wél door borstvoedingsproblemen serieus te nemen en te behandelen als ieder ander medisch probleem: als een uitdaging om de gezondheid en kwaliteit van leven van zowel moeder als kind te vergroten.

      Overigens – het kan niet vaak genoeg gezegd worden – net als in vroeger tijden is het in Nederland sinds 2005 mogelijk om je kind borstvoeding te geven als je er zelf niet in slaagt. Via het Moedermelknetwerk worden donormoeders met overproductie (want dat komt óók nog steeds voor!) gekoppeld aan vraagouders. Zolang de kunstvoedingsindustrie er niet in slaagt om de kwaliteit van borstvoeding te evenaren, is donorvoeding – ook volgens de WHO – de tweede keus na borstvoeding van de eigen moeder. Dat geldt net zozeer in het rijke Westen – waar overgewicht en diabetes al zoveel geld en levenslust kosten en dus elk extra risico hierop vermeden moet worden als dat kan.

  8. Kata says :

    “Het is tijd om de mythe omver te schoppen dat iedereen die maar graag genoeg wil zomaar kan borstvoeden. Niet door te zeggen ‘maar er is toch kunstvoeding’, want die verhoogt de risico’s op een scala van aandoeningen en moet dus gezien worden als laatste redmiddel (dat er gelukkig is als dat nodig is). Wél door borstvoedingsproblemen serieus te nemen en te behandelen als ieder ander medisch probleem: als een uitdaging om de gezondheid en kwaliteit van leven van zowel moeder als kind te vergroten.”
    Deze zinsnede vind ik sterk. Het doet recht aan mijn realiteit (na veel opstartproblemen, te weinig melk, borstontstekingen, spruw, pijn en dankzij wél goede hulp jaren met heel veel plezier en overtuiging gevoed) en aan de realiteit van mijn vriendin die er twee keer niet in slaagde. Die de strijd (zo voelde het) verloor (ja, zo voelde het ook). En dat is niet kwetsend om te zeggen, want over deze vrouwen gáát het hier. Niet over hen die kiezen voor de fles, niet over hen die overstappen omdat het niet bij hun leven past, maar over hen die zoveel proberen en het niet lukt.
    Mijn vriendin had niets aan de vele postertjes en folders. En aan alle tegengestelde adviezen. Nee, zij had iets gehad aan goede hulp, eenduidige adviezen en iemand met verstand van zaken die haar ófwel had geholpen, ofwel tegen haar zei: ‘Ik denk dat het echt niet gaat lukken. Je kunt met een gerust hart stoppen, je hebt alles geprobeerd.’ En ja, ook zij vindt het akelig om over alle voordelen van de borst (of risico’s van de fles, is maar net hoe je formuleert) te lezen, maar dat is geen reden om het maar te verzwijgen. Verder kunnen we eindeloos discussieren over wie het zwaarder heeft, de borstoedende vrouw die slechte adviezen krijgt, afkeurende blikken en de vraag: ‘ben je nou nog niet gestopt?’ en overal sponsoring ziet van kunstvoedingsfabrikanten of de flesvoedende moeder die het gevoel heeft onder druk te staan van wat men zo minachtend de borstvoedingsmaffia (of borstvoedingskerk) noemt. Die discussie is compleet zinloos. Beide partijen voelen zich regelmatig gekwetst.

  9. Kata says :

    Vervolg.
    Mijn punt is, laten we elkaar niet meer aanvallen. Laten we niet vergeten dat we hetzelfde willen, namelijk gezonde, gelukkige kinderen en sterke, blije moeders. Laten we kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat vrouwen zich gesteund voelen.
    Zoals Gonneke hierboven zegt:
    Het gaat mede mis omdat de gemiddelde zorgverlener rondom baring, kraambed en verdere moeder en kind zorg geen flauwe notie heeft over hoe borstvoeding werkt en hoe daarbij effectief te begeleiden. Kijk, als filosofen zich daar nu eens druk over zouden maken, over die medische, verpleegkundige en kraamverzorgende missers, dat zou een stuk zinniger zijn, dan het bagatelliseren van het belang van borstvoeding en het verheerlijken van de kwaliteit van kunstvoeding’.
    Elke voedende moeder kan talrijke voorbeelden noemen van zogenaamd goede adviezen die de borstvoeding effectief en blijvend om zeep kunnen helpen. Laten we proberen de zorg te verbeteren. Please.

  10. Anoek says :

    Ik zie onderaan wel staan: ‘Prof.dr. Sabine Roeser is hoogleraar politieke filosofie en ethiek van technologie aan de Universiteit Twente, universitair hoofddocent ethiek aan de TU Delft en managing director van het 3TU.Centre for Ethics and Technology. ‘, maar essentieel onderdeel: ‘moeder’ mis ik (weet niet of ze het is of niet, maar lijkt me voor deze post toch essentieel gezien het onderwerp. Ergens over nadenken en het meemaken is toch een heel groot verschil).

    Maar denk liever na over de vraag: waarom voelen moeders die overstappen op flesvoeding zich altijd schuldig? Ook in de jaren 70, toen het toch ‘normaal’ gevonden werd? Waarom hebben moeders moeite met de overstap van borst naar fles?

    Als ervaringsdeskundige met een ondervoedde baby ben ik het met bovenstaande niet eens; wel vind ik dat er meer naar de moeder en haar intuitie geluisterd moet worden, ipv dat allemaal mensen -hoe goed bedoeld ook- adviezen gaan lopen geven; van professionals tot familie en vrienden. Goede begeleiding en coaching van de moeders lijkt me beter op z’n plaats.

    Uiteindelijk zijn borsten nou eenmaal bedoeld om melk mee te geven; dat doen alle borsten van nature na de bevalling. Laten we dat goed begeleiden ipv eigen denkbeelden op te dringen.

  11. gjurriaans says :

    “Als ‘borstvoeding’ de vraag is, is ‘fles geen antwoord”, mijn reactie op de blog van Sabine Roeser: http://www.borstvoeding.com/columns/vraag.html

  12. zazuela says :

    waarom wordt er geen aandacht besteed in de gezondheidszorg aan moeders bij wie hun borstvoeding mislukt is? waarom krijgen ze een megagroot schuldgevoel opgestapeld? waarom wordt borstvoeding zo rooskleurig voorgesteld? waarom wordt er nooit gezegd dat het voor sommigen niet lukt?
    ik weet het zeker, na 2 pogingen, mijn lijf is niet gemaakt voor borstvoeding. bovendien waren mijn kindejes beter af met een gelukkige moeder met fles dan een gefrustreerde met borst.
    het enige wat ik wil is dat de negatieve kantjes van borstvoeding ook gezegd worden. begrijp me niet verkeerd, moedermelk geniet steeds mijn voorkeur.
    wat ik ook mis is een psychologische begeleiding bij het geven van borstvoeding, zeker als het niet lukt. want mijn gevoelens kwamen nooit aan bod. gelukkig had ik veel aan de lactatiedeskundige die me adviseerde om er mee te stoppen.

    vele groeten, zazuela

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.